Wie slechts aan zijn tijdgenoten denkt, is voor een klein publiek geboren. Vele duizenden jaren en vele duizenden mensen zullen na jou komen: die zijn het, die je voor ogen moet houden.

Seneca de Jongere, Brieven aan Lucilius, LXXIX, [17])

Een apologie van scriptanalyse

Door Luc Pay, docent scriptanalyse.

‘Scriptanalyse’ is de studie van een script, d.w.z. van een geschreven tekst die pas in en door een ‘dramatisering’, vertolking of uitbeelding zijn uiteindelijke realisering krijgt. In dit geval gaat het om een een ‘toneelscript’ of een ‘toneelpartituur’ die, net zoals genoteerde muziek, slechts door het fysieke ‘spelen’ ten volle kunstwerk wordt. Scriptanalyse vormt de allereerste – en absoluut noodzakelijke – stap in het creatieve proces “from page to stage”, van blad naar opvoering: deze studie verleent immers inzicht in de verschillende bouwstenen van een stuk, hun onderlinge relaties, de betekenis van de onderdelen en het geheel, én de intenties van de auteur.

Zo kunnen aan bod komen:

  • de spanning die (het conflict dat) de handeling voortstuwt;
  • karakteranalyse,
  • de doelen (motivaties) van de karakters en het onderliggende hoofddoel;
  • acties en reacties van de karakters (strevende wil versus obstakels);
  • de wijze waarop de plot gestructureerd is (bedrijven en scènes, Stanislavski’s ‘beats’ of ‘motivational units’; point of attack, intrusie en climax; het verband tussen formele en organische segmenten van het stuk; temporele aspecten van het spanningsverloop);
  • ruimtelijke aspecten van het stuk en de podium-indeling;
  • de ‘gegeven’ omstandigheden (ruimtelijk: land, omgeving, klimaat / temporeel: eeuw-jaar, seizoen, momenten van de handeling, totale gespeelde tijd / de sociale, economische, politieke, religieuze contexten van de virtuele toneelwereld) – enzovoort.
Afbeelding voor Een apologie van scriptanalyse

Van kapitaal belang voor het begrijpen van een stuk zijn tevens de studie van taal en stijl van de auteur (b.v. symboliek, metaforiek), de tonaliteit van het geheel, de cultureel-historische context waarin het stuk geschreven werd en in een aantal gevallen ook de biografie van de schrijver. De titel van het stuk, ten slotte, en de aan- of afwezigheid van regie-aanwijzingen kunnen belangrijke conclusies opleveren voor de interpretatie en de enscenering.

Veel toneelstukken lijken ons op cultuurhistorisch vlak aanvankelijk vreemd en problematisch. Een geduldige en nauwgezette scriptanalyse kan echter leiden tot onvermoede inzichten, perspectieven en betekenissen die voor de acteurs, en dus ook voor het publiek, slechts verrijkend en inspirerend werken.

Om uit te maken of je nog iets kan doen met een Euripides, een Molière, een Tsjechov, een Brecht of een Miller – en zo ja: wàt dan wel – moet je op zijn minst goed begrepen hebben wat zij in hùn tijd en in hùn context aan hùn publiek wilden tonen en meedelen. In die zin vormt scriptanalyse ten aanzien van de originele, authentieke tekst niets minder dan een daad van respect die het modieuze en invasieve chronocentrisme van de hedendaagse theaterpraktijk kan counteren.

Zie ook: programma Scriptanalyse voor 2020/2021